ECLI:NL:RVS:2019:1210
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij handhaving tegen bouwwerken op bospercelen in De Kwakel
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn om handhavend op te treden tegen een blokhut en een pipowagen geplaatst op bospercelen nabij zijn woonadres in De Kwakel. Het college nam het verzoek niet in behandeling en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat hij wel degelijk belanghebbende is omdat hij zicht heeft op de bouwwerken en de natuurgebieden waarin deze zich bevinden, wat zijn persoonlijke levenssfeer aantast. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat belanghebbendheid vereist dat iemand rechtstreeks en van betekenis wordt getroffen door het besluit of de activiteit.
Gezien de afstand van respectievelijk 251 en 309 meter tot de bouwwerken, het beperkte zicht vanaf het perceel van appellant en de beperkte omvang van de bouwwerken, concludeerde de Afdeling dat appellant geen gevolgen van enige betekenis ondervindt. Ook het feit dat appellant de meest dichtbij wonende omwonende is, maakt dit niet anders. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd omdat appellant geen belanghebbende is bij het verzoek tot handhaving.