ECLI:NL:RVS:2019:1230
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat opname in treiteraanpak geen besluit is en geen rechtsgevolg heeft
De appellant is door de stadsdeelvoorzitter geïnformeerd dat hij is opgenomen in de treiteraanpak van de gemeente Amsterdam, een aanpak gericht op ernstige overlast en intimidatie. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit is volgens artikel 1:3 Awb Pro. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de brief wel rechtsgevolg heeft en daarom als besluit moet worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief een notificatie is conform artikel 34 Wbp Pro en niet gericht is op rechtsgevolg, omdat eventuele bestuursrechtelijke maatregelen aparte besluitvorming vereisen. De opname in de treiteraanpak brengt geen verplichtingen of rechten mee voor appellant.
Appellant stelde verder dat de rechtsbescherming onvoldoende is omdat hij niet direct tegen de opname kan opkomen, wat volgens hem strijdig is met artikel 6 EVRM Pro. De Afdeling stelde dat dit niet aan de orde is in dit hoger beroep en verwees naar de mogelijkheid om via de AVG alsnog inzage en correctie van persoonsgegevens te vragen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; brief opname treiteraanpak is geen besluit en heeft geen rechtsgevolg.