ECLI:NL:RVS:2019:1240
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning dakopbouw ondanks bezwaar over perceelgrens en privaatrechtelijke belemmering
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 11 april 2017 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het realiseren van een dakopbouw op een woning aan een perceel in Utrecht. De appellant, wonend op het aangrenzende perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning omdat hij vreesde dat de dakopbouw op zijn perceel zou worden gebouwd, wat een privaatrechtelijke belemmering zou vormen.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van de appellant ongegrond en het hoger beroep bij de Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat uit de gewijzigde bouwtekeningen, ingediend na verzoek van het college, blijkt dat de dakopbouw binnen de perceelsgrenzen van de vergunninghouder blijft en in lijn ligt met de gevelbreedte van de woning van de appellant.
Het betoog dat de dakopbouw breder zou zijn dan het perceel van de vergunninghouder en dat de aanvrager niet in de gelegenheid was gesteld de aanvraag te wijzigen, werd verworpen. Ook het verzoek om schadevergoeding werd ingetrokken. De Raad benadrukte dat eventuele afwijkingen bij de daadwerkelijke bouw een handhavingskwestie zijn en niet leiden tot vernietiging van de vergunning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de dakopbouw wordt bevestigd.