ECLI:NL:RVS:2019:1293
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris heeft op 28 januari 2019 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 1 maart 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, inhoudende dat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist, gegrond is. Dit oordeel is mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457). Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €512,00, moet vergoeden.
De voorzieningenrechter bepaalde derhalve dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en legde de kostenveroordeling op aan de staatssecretaris. De uitspraak werd op 19 april 2019 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J.Th. Drop.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.