ECLI:NL:RVS:2019:13
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terrasvergunning en parasolputten wegens verkeersveiligheid
De zaak betreft het hoger beroep van een horecagelegenheid tegen de weigering van de burgemeester om de tenaamstelling van een bestaande terrasvergunning te wijzigen en een nieuwe terrasvergunning voor een terras op de middenberm te verlenen, inclusief toestemming voor drie parasolputten met parasols.
De rechtbank had het bezwaar tegen de weigering van de tenaamstelling niet-ontvankelijk verklaard, maar dit vernietigd en alsnog ongegrond verklaard. Tevens oordeelde de rechtbank dat de terrasvergunning niet van rechtswege was verleend ondanks het uitblijven van een besluit binnen de wettelijke termijn. De burgemeester had de vergunning geweigerd vanwege verkeersveiligheidsrisico’s na een herinrichting van de Turfmarkt.
In hoger beroep betoogde appellant dat de vergunning wel van rechtswege verleend was en dat de verkeerssituatie niet was gewijzigd. De Raad van State oordeelde dat de regeling van rechtswege verleende vergunningen niet van toepassing is op aanvragen voor 1 januari 2012 en dat de verkeerssituatie door de herinrichting wel degelijk is gewijzigd. De burgemeester mocht de vergunning weigeren op grond van verkeersveiligheid, ondersteund door diverse adviezen.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag voor de terrasvergunning en toestemming voor parasolputten is terecht geweigerd vanwege verkeersveiligheid en de vergunning is niet van rechtswege verleend.