ECLI:NL:RVS:2019:1351
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsregeling uitstel terugvordering huur- en zorgtoeslag ondanks onbetaalde zorgkosten
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een door de Belastingdienst/Toeslagen opgelegde betalingsregeling voor de terugvordering van een te veel ontvangen bedrag aan huur- en zorgtoeslag over 2016. De Belastingdienst verleende uitstel van betaling onder de voorwaarde van maandelijkse aflossing van €70 gedurende 24 maanden. Appellant stelde dat de noodzakelijke zorgkosten, die niet worden vergoed door de verzekering, onterecht buiten de berekening van de betalingscapaciteit zijn gelaten, waardoor haar inkomen onder het bestaansminimum zou komen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat de wettelijke regeling in artikel 15 van Pro de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 limitatief bepaalt welke uitgaven meegenomen worden bij de bepaling van de betalingscapaciteit. De keuze van de wetgever om noodzakelijke zorgkosten buiten beschouwing te laten is niet onredelijk in het kader van het toeslagstelsel, ook al zijn deze kosten fiscaal aftrekbaar in een ander regime.
De Afdeling concludeert dat de betalingscapaciteit van appellant toereikend is om het bedrag van €1.670 in 24 maanden terug te betalen tegen €70 per maand. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de betalingsregeling van 70 euro per maand wordt bevestigd.