ECLI:NL:RVS:2019:1414
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek finale kwijting bestuurlijke boetes Wet arbeid vreemdelingen
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om zijn verzoek om finale kwijting van opgelegde bestuurlijke boetes af te wijzen. Deze boetes zijn opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en zijn in rechte onaantastbaar verklaard met een totaalbedrag van €224.000.
Appellant stelde dat hij een potentiële werkgever had gevonden die hem pas in dienst wilde nemen als er geen loonbeslag meer dreigde. Deze werkgever bood aan €40.000 te lenen, zodat appellant dit bedrag kon betalen tegen finale kwijting van de resterende boetes. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat hij geen wettelijke bevoegdheid heeft om finale kwijting te verlenen vanwege het punitieve karakter van de boetes, en dat hij alleen in het kader van schuldhulpverleningstrajecten finale kwijting toestaat.
Appellant voerde aan dat de staatssecretaris discrimineerde door alleen schuldhulpverleningstrajecten van bepaalde organisaties te accepteren en dat zijn advocaat als schuldbemiddelaar ten onrechte werd uitgesloten. De rechtbank en de Afdeling oordeelden dat de vaste gedragslijn van de staatssecretaris om alleen in schuldhulpverleningstrajecten finale kwijting te verlenen niet onredelijk is. Bovendien had appellant zijn financiële situatie onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om finale kwijting bevestigd.