Vermilion Energy Netherlands B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat tot instemming met het winningsplan Opeinde. De minister heeft verzocht om geheimhouding van bepaalde vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens die door Vermilion zijn verstrekt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over alle relevante informatie te beschikken en het belang om vertrouwelijke gegevens te beschermen. De vertrouwelijke stukken bevatten technische details over de winning, contourkaarten, specificaties van boorputten, gasreserves en operationele kosten.
De Afdeling oordeelt dat het belang van geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van partijen om kennis te nemen van deze gegevens en wijst het verzoek tot beperkte kennisneming toe. Hierdoor worden de vertrouwelijke bedrijfsgegevens afgeschermd van partijen, maar blijft de Afdeling zelf volledig geïnformeerd om de zaak zorgvuldig te beoordelen.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke bedrijfsgegevens wordt toegewezen.
Uitspraak
201808330/2/A1.
Datum beslissing: 22 januari 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:
Vermilion Energy Netherlands B.V., gevestigd te Amsterdam,
appellante,
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat,
verweerder.
Procesverloop
Vermilion heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 6 september 2018 tot instemming met het winningsplan Opeinde.
De minister heeft een aantal stukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 vanPro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft onderdeel D van het winningsplan Opeinde. Dit onderdeel bevat door Vermilion vertrouwelijk aan de minister meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens.
Overwegingen
1. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen.
2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3. De minister heeft ter motivering van het verzoek, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM2590, aangevoerd dat bijlage D van het winningsplan vertrouwelijk meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens bevat.
4. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang om de vertrouwelijk door Vermilion aan de minister meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens niet openbaar te maken zwaarder dan het belang van de andere partijen om kennis te nemen van deze gegevens. Deze stukken bevatten contourkaarten van het Opeinde voorkomen en specificaties van de opbouw van boorputten, van de oorspronkelijke hoeveelheid gas per reservoirzone en van de samenstelling van koolwaterstoffen. Ook zijn daarin gegevens over de verwachte operationele kosten opgenomen. Aldus bevatten deze stukken wetenswaardigheden over de technische bedrijfsvoering of het productieproces van Vermilion en over de gemaakte kosten voor de winning van gas.
5. De Afdeling acht daarom voor deze stukken het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, griffier.
w.g. Van Eck w.g. Van Roessel
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer griffier