ECLI:NL:RVS:2019:1441
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit invordering dwangsom wegens schending hoorplicht bij overschrijding schelpenwinning
Visserijbedrijf De Rousant B.V. had een vergunning voor het winnen van schelpen in de Waddenzee en Noordzeekustzone, met een maximale jaarlijkse hoeveelheid van 16.000 m3. De Rousant overschreed deze limiet in 2015 en 2016, waarop de minister een last onder dwangsom oplegde en later besloot tot invordering van een dwangsom van €16.000,- wegens overschrijding in 2016.
De Rousant stelde dat zij niet vooraf is gehoord over het voornemen tot invordering, wat in strijd is met artikel 4:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad van State stelde vast dat de minister inderdaad niet heeft voldaan aan deze hoorverplichting en vernietigde het besluit van 1 november 2017. De Raad van State oordeelde echter dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen blijven, omdat De Rousant in de procedure haar standpunten heeft kunnen toelichten.
Daarnaast voerde De Rousant aan dat er onvoldoende bewijs was voor de overtreding en dat er bijzondere omstandigheden waren die matiging van de dwangsom rechtvaardigden. De Raad van State verwierp deze bezwaren, omdat de vaststelling van de overschrijding was gebaseerd op door De Rousant zelf verstrekte en door een deskundige inspecteur verwerkte gegevens, en omdat het overnemen van winningsrechten niet vooraf was goedgekeurd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot invordering van de dwangsom wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.