ECLI:NL:RVS:2018:877
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. Sorgdrager
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens strijdige bewoning recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde appellant een last onder dwangsom op om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een recreatiewoning te beëindigen. Appellant gebruikte de recreatiewoning als woning, wat in strijd is met de recreatieve bestemming. Na constatering van de overtreding door inspecteurs legde het college een dwangsom van €20.000 op en vorderde deze in.
Appellant voerde aan dat zij geen strijdige bewoning had en dat het inspectierapport niet voldeed aan de vereisten. De rechtbank oordeelde dat de dwangsom terecht was verbeurd. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat het inspectierapport voldoende duidelijkheid biedt over de waarnemingen, de deskundigheid van de inspecteurs en de gebruikte werkwijze.
Verder stelde appellant dat bijzondere persoonlijke omstandigheden tot matiging van de invordering moesten leiden. De Raad van State oordeelt dat deze omstandigheden niet zodanig zijn dat van invordering kan worden afgezien. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom van €20.000 wordt bevestigd.