ECLI:NL:RVS:2019:1465
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 26 oktober 2017 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 12 maart 2019. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om te bepalen dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, en dat opvang en verstrekkingen worden geboden, gegrond is. Hierbij werd onder meer verwezen naar een eerdere uitspraak van 20 februari 2019. De staatssecretaris werd bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek.
De voorzieningenrechter bepaalde derhalve bij voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat de staatssecretaris de proceskosten van €512,00 moet vergoeden. De uitspraak werd op 7 mei 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.