ECLI:NL:RVS:2019:1467
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging huisverbod wegens huiselijk geweld in Amsterdam
De burgemeester van Amsterdam legde op 4 juli 2018 een huisverbod op aan een meerderjarige persoon vanwege een incident van huiselijk geweld waarbij de betrokkene zijn moeder fysiek mishandelde. De rechtbank Amsterdam vernietigde het huisverbod op 9 juli 2018, omdat het gevaar volgens haar was geweken en een systeemgesprek met betrokkenen gepland stond om hulpverlening te bespreken.
De burgemeester ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat het huisverbod ten onrechte was opgeheven omdat het gevaar nog bestond en het systeemgesprek nog niet had plaatsgevonden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom het huisverbod werd opgeheven en dat het systeemgesprek het moment is om te beoordelen of het huisverbod kan worden beëindigd.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, waardoor het huisverbod formeel herleeft, maar dit heeft geen praktische gevolgen omdat de periode van het huisverbod inmiddels was verstreken. De uitspraak bevestigt dat een burgemeester in beginsel tien dagen de tijd heeft om hulpverlening op te starten na het opleggen van een huisverbod.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt gegrond verklaard en het huisverbod blijft van kracht tot het einde van de opgelegde periode.