ECLI:NL:RVS:2019:1517
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris bij besluit van 27 maart 2019 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde op 8 mei 2019. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden overgedragen voordat op het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek gegrond was, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457).
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet overgedragen zal worden zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 9 mei 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.