ECLI:NL:RVS:2019:1527
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van besluit over machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 april 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 11 mei 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond was, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug naar de rechtbank. Dit omdat de rechtbank niet aan een inhoudelijke beoordeling van alle beroepsgronden was toegekomen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling baseerde zich op een eerdere uitspraak van 15 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1171) die de rechtsvraag in het hoger beroep beantwoordde. De zaak zal door de rechtbank opnieuw worden behandeld met inachtneming van die uitspraak.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling.