ECLI:NL:RVS:2019:1532
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor uitbouw gemeentelijk monument ondanks bezwaren over bouwvoorschriften en milieu
Het college heeft op 10 maart 2017 een omgevingsvergunning verleend voor het gedeeltelijk veranderen en vergroten van de begane grond van een gemeentelijk monument in Amsterdam. De vergunninghouder en een belanghebbende hebben de uitbouw gerealiseerd, terwijl de naastgelegen bewoner bezwaar maakte tegen de vergunning vanwege vermeende nadelige gevolgen zoals verminderde lichtinval en afwateringsproblemen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de appellant ongegrond en oordeelde dat geen weigeringsgronden uit artikel 2.10 van de Wabo aanwezig waren. De appellant stelde in hoger beroep dat de uitbouw niet voldoet aan het Bouwbesluit 2012, dat het welstandsadvies onvoldoende gemotiveerd was en dat de uitbouw leidt tot milieuonvriendelijke verstening die strijdig zou zijn met Europese en internationale klimaatregels.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het college de vergunning terecht heeft verleend omdat het bouwplan voldoet aan het Bouwbesluit, niet in strijd is met het bestemmingsplan en voldoet aan redelijke eisen van welstand. De vermeende negatieve effecten op de waterafvoer vallen niet onder de weigeringsgronden. Ook het betoog over strijd met Europese en internationale regelgeving werd verworpen wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de uitbouw bevestigd.