ECLI:NL:RVS:2019:1533
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing aanvraag onderwijsbevoegdheid basisonderwijs op grond van buitenlandse opleiding
Appellante heeft een doctoraalexamen Geschiedenis behaald en een masteropleiding Special Education in de Verenigde Staten gevolgd, met werkervaring in het basisonderwijs aldaar. De minister weigerde haar aanvraag voor een onderwijsbevoegdheid basisonderwijs omdat de masteropleiding niet gelijkwaardig zou zijn aan de Nederlandse lerarenopleiding.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond wegens onvoldoende motivering van het besluit, waarna de minister een aanvullend Nuffic-advies overlegde. Dit advies stelde dat de masteropleiding onvoldoende aansluit bij de Nederlandse opleiding en dat appellante niet voldoet aan de vereisten voor een lesbevoegdheid basisonderwijs in de VS.
Appellante voerde aan dat het Nuffic-advies onjuist en onzorgvuldig was, onder meer omdat haar Nederlandse opleiding en werkervaring niet waren meegewogen. De Afdeling oordeelde dat de minister terecht op het Nuffic-advies mocht vertrouwen, dat de Nederlandse opleiding niet leidt tot een bevoegdheid basisonderwijs, en dat de werkervaring niet voldoende was om de afwijzing te weerleggen.
De Afdeling bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de onderwijsbevoegdheid blijft in stand.