ECLI:NL:RVS:2019:1534
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing doden en vangen van ganzen ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 20 maart 2017 ontheffing aan de Faunabeheereenheid Utrecht om grauwe, verwilderde gedomesticeerde en Canadese ganzen te vangen en te doden met CO2 in de periode mei tot augustus, ter uitvoering van het Faunabeheerplan 2017-2019. De Stichting De Faunabescherming stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit, stellende dat de motivering onvoldoende was en de wettelijke grondslag voor het gebruik van CO2 ontbrak.
De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat de motivering van het college onvoldoende was, met name inzake de oorzakelijke relatie tussen de populatie ganzen en de omvang van de schade, en vernietigde het besluit. Het college stelde hoger beroep in, waarbij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de zaak op 15 mei 2019 behandelde.
De Afdeling overwoog dat het college de motivering in de beroepsprocedure had aangevuld, maar dat dit formeel niet in het besluit had mogen plaatsvinden. Desondanks bevestigde de Afdeling dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat er een concrete dreiging van belangrijke schade aan gewassen bestaat en dat er geen andere bevredigende oplossing is dan het vangen en doden van ganzen. Tevens oordeelde de Afdeling dat het gebruik van CO2 als dodingsmethode een wettelijke grondslag heeft, omdat het middel Duke’s Carbon Dioxide door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) is toegelaten en dat de methode voldoet aan de vereisten van de Vogelrichtlijn.
De bezwaren van de Faunabescherming over onnodig lijden en de uitvoerbaarheid van de ontheffing werden verworpen. Het beroep van de Faunabescherming tegen het besluit van 14 mei 2018, waarin het college het besluit van 20 maart 2017 handhaafde, werd eveneens ongegrond verklaard. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan de Faunabescherming en legde griffierecht op aan het college.
Uitkomst: De ontheffing voor het vangen en doden van ganzen met CO2 wordt bevestigd; het beroep van de Faunabescherming wordt ongegrond verklaard.