Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 juni 2019 in de zaken tussen
Stichting Fauna4life, te Amstelveen, en
Stichting Animal Rights, te Arnhem,
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 11 juni 2019 de beroepen van Stichting De Faunabescherming, Stichting Fauna4life en Stichting Animal Rights tegen besluiten van het college van gedeputeerde staten van Utrecht. Deze besluiten betroffen ontheffingen en opdrachten voor het vangen en doden van verschillende ganzensoorten in de omgeving van Schiphol, met het oog op de luchtverkeersveiligheid.
De rechtbank oordeelde dat de ontheffing voor de Canadese gans ten onrechte was verleend omdat het Faunabeheerplan geen grondslag bood voor het beheer van deze soort met het oog op luchtverkeersveiligheid. De ontheffing werd daarom vernietigd. De opdracht voor het vangen en doden van de Canadese gans bleef echter in stand, omdat deze op zich voldoende was gemotiveerd en de rechtsgevolgen van het besluit niet wezenlijk veranderden.
Verder concludeerde de rechtbank dat het vangen en doden van de grauwe gans en de verwilderde gedomesticeerde gans wel voldoende was gemotiveerd, dat er geen andere bevredigende oplossing was en dat de maatregelen noodzakelijk waren voor de veiligheid van het luchtverkeer. De beroepsgronden van eisers werden grotendeels verworpen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De ontheffing voor de Canadese gans wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van de opdracht blijven in stand.