ECLI:NL:RVS:2019:1541
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit CBR rijbewijsongeldigverklaring
Op 24 maart 2015 werd het rijbewijs van appellante ingevorderd wegens rijden onder invloed. Het CBR legde haar een onderzoek op naar alcoholgebruik, met bijbehorende kosten. Na niet tijdige betaling verklaarde het CBR het rijbewijs ongeldig. Appellante onderging het onderzoek in 2016 en betaalde de kosten, waarna het CBR de ongeldigverklaring handhaafde in een besluit van 15 februari 2017. Dit besluit werd later vernietigd wegens motiveringsgebrek en herroepen, waarbij appellante geschikt werd verklaard om te rijden.
Appellante verzocht het CBR om schadevergoeding voor kosten die zij maakte als gevolg van het onrechtmatige besluit van 15 februari 2017. Het CBR kende een deel toe maar wees het grootste deel af. De rechtbank wees het verzoek af omdat de kosten niet het directe gevolg waren van het onrechtmatige besluit. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat het CBR onrechtmatig had gehandeld en zij ook andere schade had geleden.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de kosten voor het onderzoek en de aanvraag van het nieuwe rijbewijs voortvloeiden uit eerdere, niet bestreden besluiten die rechtens onaantastbaar waren. Hierdoor was er geen rechtstreeks oorzakelijk verband met het onrechtmatige besluit van 15 februari 2017. De Afdeling bevestigde daarom de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wordt bevestigd.