ECLI:NL:RVS:2019:1543
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na rijden onder invloed ondanks betwisting bestuurder
Appellant is op 20 april 2017 aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 820 µg/l. Eerder was hij in 2014 ook aangehouden met een hoog alcoholgehalte. Het CBR schorste zijn rijbewijs en legde een geschiktheidsonderzoek op. Appellant betwistte dat hij die dag had gereden onder invloed en voerde persoonlijke omstandigheden aan zoals disproportionaliteit van de maatregel en financiële problemen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat het CBR op basis van het proces-verbaal en getuigenverklaringen met voldoende zekerheid kon vaststellen dat appellant als bestuurder onder invloed was. De verklaringen van appellant en zijn getuigen konden dit niet weerleggen.
De Raad benadrukte dat het CBR geen belangenafweging mag maken op grond van persoonlijke omstandigheden en dat een mogelijke vrijspraak in strafrechtelijke procedure het bestuursrechtelijke besluit niet beïnvloedt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de schorsing van het rijbewijs bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schorsing van het rijbewijs bevestigd.