ECLI:NL:RVS:2019:1577
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding bestemmingsplan door gebruik woning als kantoor
Appellant is eigenaar van een pand dat volgens het bestemmingsplan de bestemming 'Wonen' heeft. Het college heeft vastgesteld dat meer dan 30% van het pand werd gebruikt als kantoorruimte voor een makelaarskantoor, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Daarom is aan appellant een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik als bedrijf te beëindigen.
Appellant voerde aan dat het college niet bevoegd was tot handhaving omdat onvoldoende was aangetoond welk deel van het pand als kantoor werd gebruikt en dat het college onterecht afweek van het advies van de adviescommissie. De Afdeling oordeelde dat het college voldoende bewijs had geleverd met een inspectierapport, plattegrond en foto’s, en dat het college niet in strijd met beleid of rechtszekerheid had gehandeld.
Verder stelde appellant dat de overtreding inmiddels was beëindigd en dat de rechtbank onzorgvuldig was en vooringenomen had gehandeld. De Afdeling verwierp deze bezwaren omdat de controle die de beëindiging constateerde na het besluit was en appellant geen bewijs leverde van verzoek om dossierstukken of van vooringenomenheid.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de last onder dwangsom gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd; last onder dwangsom gehandhaafd.