ECLI:NL:RVS:2019:1590
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring minderjarige vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 25 maart 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze bewaring op 12 april 2019 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 2000, paragraaf A5/2.4, waarin wordt bepaald dat bij minderjarige vreemdelingen een zorgvuldige belangenafweging moet plaatsvinden. De rechtbank had onvoldoende onderkend dat de staatssecretaris dit beleid niet expliciet had betrokken bij zijn beslissing.
Daarom vernietigt de Raad van State het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond en heft de bewaring met ingang van de uitspraak op. Tevens kent de Raad van State een schadevergoeding toe van €4.025 voor de periode van 25 maart tot en met 13 mei 2019 en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €1.536.
Uitkomst: De bewaring van de minderjarige vreemdeling wordt opgeheven en er wordt een schadevergoeding toegekend.