ECLI:NL:RVS:2019:1595
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste ingangsdatum voorlopig uitstel van vertrek bij ambtshalve verlening
De zaak betreft een geschil over de ingangsdatum van ambtshalve verleend voorlopig uitstel van vertrek aan een vreemdeling op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris had het uitstel toegekend vanaf 30 maart 2017, terwijl de vreemdeling meende dat dit vanaf 7 maart 2017 had moeten zijn. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris een willekeurige ingangsdatum had gekozen en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de staatssecretaris terecht aansluiting zocht bij de datum waarop de aanvraag compleet was, namelijk 30 maart 2017, mede omdat het Bureau Medische Advisering (BMA) pas op die datum het benodigde advies kon uitbrengen. Verder wees de Afdeling erop dat er geen leges verschuldigd zijn voor een aanvraag om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 Vw Pro 2000.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het uitstel vanaf een eerdere datum had moeten toekennen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het voorlopige uitstel van vertrek is terecht verleend vanaf 30 maart 2017; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.