ECLI:NL:RVS:2014:390
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van 25 april 2012 vernietigde, omdat het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 onvoldoende was gemotiveerd. De vreemdeling had aanvankelijk een afwijzing gekregen op zijn aanvraag om uitstel van vertrek, maar later werd hem uitstel verleend voor de duur van zijn medische opname.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet had mogen volstaan met het toepassen van artikel 64 vanaf Pro de datum van het inwilligende besluit, maar had moeten onderzoeken of eerdere medische omstandigheden aanleiding gaven tot uitstel. De staatssecretaris stelde dat het beleid is om artikel 64 niet Pro met terugwerkende kracht toe te passen en dat dit beleid niet onredelijk is.
De Raad van State bevestigt dat het toekomstgerichte karakter van artikel 64 niet Pro is doorbroken door de beleidswijziging en dat het beleid om geen terugwerkende kracht toe te passen niet onredelijk is. Wel oordeelt de Raad dat het besluit van 25 april 2012 onvoldoende is gemotiveerd omdat de staatssecretaris niet heeft toegelicht waarom hij aan dit beleid vasthield in het concrete geval.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van de gronden. Tevens veroordeelt de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en legt griffierecht op.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.