ECLI:NL:RVS:2019:1615
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verplichting minister tot nieuw handhavingsbesluit houtimport
Greenpeace verzocht de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit handhavend op te treden tegen bedrijven die volgens hen de Houtverordening overtreden door illegaal hout te importeren. De minister wees dit verzoek in 2014 af, waarna Greenpeace bezwaar maakte en beroep instelde wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van de minister uit 2017, waarbij de minister een nieuw besluit op bezwaar had genomen maar het handhavingsbesluit in stand hield.
De rechtbank oordeelde dat de minister ten onrechte geen handhavend optrad tegen een aantal bedrijven die destijds niet voldeden aan de Houtverordening en beval een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening tegen deze uitspraak. De voorzieningenrechter overwoog dat de situatie op het moment van het nieuwe besluit van 2017 relevant is en dat sommige bedrijven inmiddels geen hout meer importeren of zijn aangesloten bij een toezichthoudende organisatie.
Gezien de belangen van de bedrijven en het feit dat er nog geldige lasten onder dwangsom van kracht zijn, besloot de voorzieningenrechter de uitspraak van de rechtbank voor zover die de minister opdraagt een nieuw besluit te nemen te schorsen. Hiermee wordt voorkomen dat de minister wordt gedwongen handhavend op te treden op basis van overtredingen uit het verleden, terwijl de huidige situatie anders is.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt geschorst voor zover de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over handhaving tegen vijf bedrijven.