ECLI:NL:RVS:2019:1619
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris op 30 januari 2019 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 11 april 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat op het hoger beroep is beslist, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. Tevens is bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 21 mei 2019 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgt recht op opvang en proceskostenvergoeding.