ECLI:NL:RVS:2019:1639
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgevingsvergunning voor verplaatsing en bijplaatsing hekwerk in bosgebied
Het college van burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert weigerde een omgevingsvergunning voor het (ver)plaatsen en bijplaatsen van een hekwerk op een perceel met de bestemming 'Bos'. Het perceel grenst aan woningen en de aanvragers wilden een strook grond verkopen, waarbij het hekwerk 20 meter naar achteren moest worden verplaatst.
Het bestemmingsplan 'Mill-West 2016' staat het bouwen van het hekwerk niet rechtstreeks toe en maakt alleen een uitzondering voor bouwwerken ten behoeve van natuurbeheer. Het college oordeelde dat het hekwerk niet voor natuurbeheer is, maar samenhangt met de verkoop van grond en dat het de bosbestemming onevenredig schaadt.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond het hekwerk niet als bouwwerk ten behoeve van natuurbeheer kwalificeerbaar. In hoger beroep voerden de appellanten aan dat de zinsnede 'ten behoeve van het natuurbeheer' geen zelfstandige betekenis heeft en dat het hekwerk wel degelijk dient voor natuurbeheer, onder meer ter bescherming tegen loslopende honden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze argumenten. De toelichting bij het bestemmingsplan geeft geen reden om de betekenis van de planregel te negeren en het aangeleverde rapport overtuigt niet dat het hekwerk voor natuurbeheer is. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.