ECLI:NL:RBDHA:2021:4097
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende machtiging tot voorlopig verblijf nareis Syrië wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij zijn pleegvader met asielvergunning. Na eerdere afwijzing van zijn eerste aanvraag wegens ontbreken van officiële identiteitsdocumenten en geen bewijsnood, werd ook zijn opvolgende aanvraag afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
Eiser stelde dat de oorlogssituatie in Syrië hem verhinderde eerder bewijsstukken te overleggen en dat de overgelegde onofficiële documenten indicatief bewijs vormen. De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit voldoende had gemotiveerd en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt waarom de documenten niet eerder konden worden overlegd.
De rechtbank toetste of verweerder terecht de aanvraag had afgewezen met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro en concludeerde dat verweerder het beleid correct had toegepast en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.Z.B. Sterk op 14 januari 2021.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvolgende mvv-aanvraag wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.