ECLI:NL:RVS:2019:1685
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 13 maart 2019. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 mei 2019 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de minister van Justitie en Veiligheid de proceskosten van €512,00 moet vergoeden die de vreemdeling heeft gemaakt voor rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is toegekend met het oog op de belangen van de vreemdeling en in aansluiting op eerdere jurisprudentie van de Raad van State. Hiermee wordt voorkomen dat de vreemdeling onherstelbare schade lijdt door uitzetting voordat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.