ECLI:NL:RVS:2019:1722
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over redelijkheid kosten bestuursdwang woonbootverwijdering
De zaak betreft een hoger beroep van een eigenaar van een woonboot tegen het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel over de hoogte van de kosten die het college heeft verhaald voor bestuursdwang toegepast tussen 27 mei en 20 juni 2015. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen en verslepen van de woonboot naar een ligplaats in Kerkdriel.
Het college stelde aanvankelijk de kosten op € 86.883,51, die later op bezwaar werden verlaagd naar € 74.500,82. De rechtbank stelde de beheerskosten vast op € 9.192,23 en kwam tot een totaal van € 70.473,74. De appellant betwistte de redelijkheid van deze kosten, met name de hoogte van de aannemerskosten en het verwijderen van de inboedel.
De Raad van State oordeelt dat het college de deskundigheid van de aannemer heeft meegewogen en dat het ontbreken van meerdere offertes niet betekent dat de kosten onredelijk zijn. Ook het verwijderen van de inboedel was noodzakelijk om de woonboot veilig te kunnen verplaatsen, wat wordt ondersteund door contra-expertise. De rechtbank heeft deze overwegingen terecht gevolgd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de kosten voor bestuursdwang redelijk zijn en terecht op de eigenaar zijn verhaald.