ECLI:NL:RVS:2019:1737
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- H.G. Sevenster
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing meetonzekerheid emissiegrenswaarde zoutzuur REC Harlingen
De Stichting Afvaloven Nee (SAN) verzocht het college van gedeputeerde staten van Fryslân om handhavend op te treden tegen de Reststoffen Energie Centrale (REC) te Harlingen wegens overschrijding van de jaargemiddelde emissiegrenswaarde van zoutzuur. Het college wees dit verzoek af, stellende dat na aftrek van een vaste meetonzekerheid van 4 mg/Nm3 aan de grenswaarde werd voldaan. De rechtbank bevestigde dit besluit, maar SAN ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de wijze van toepassing van het betrouwbaarheidsinterval bij de beoordeling van de meetwaarden. SAN stelde dat de meetonzekerheid per geval moet worden vastgesteld en niet mag worden vervangen door een vaste maximale waarde. De Afdeling oordeelde dat de meetwaarden slechts mogen worden verminderd met de daadwerkelijk vastgestelde meetonzekerheid, niet met de maximale onzekerheidsmarge.
De Afdeling benoemde de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) als deskundige om de meetonzekerheid te bepalen. Het deskundigenbericht stelde de meetonzekerheid vast op 0,26 mg/Nm3, aanzienlijk lager dan de door het college gehanteerde 4 mg/Nm3. Hierdoor bleek de jaargemiddelde emissie van zoutzuur na correctie hoger dan de toegestane grenswaarde, wat handhaving rechtvaardigt.
De Afdeling vernietigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van SAN gegrond en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan SAN.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het beroep van SAN wordt gegrond verklaard, met een opdracht tot nieuw besluit en vergoeding van proceskosten.