ECLI:NL:RVS:2019:1741
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huurtoeslag 2016 wegens voordeel uit sparen en beleggen
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 16 februari 2018 de huurtoeslag van appellant over 2016 definitief vast op nihil en vorderde € 1.375,00 terug. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en beroep bij de rechtbank. Appellant stelde dat het saldo op haar bankrekening begin 2016 geen vermogen was omdat zij een bedrag van € 26.104,00 had toegezegd aan haar zoon voor diens opleiding, dat kort daarna werd overgemaakt.
De Raad van State overweegt dat het voordeel uit sparen en beleggen wordt vastgesteld aan de hand van de aanslag inkomstenbelasting die door de inspecteur is vastgesteld. De Belastingdienst/Toeslagen moet deze aanslag volgen bij de vaststelling van de huurtoeslag. De toezegging aan de zoon en de afschrijving op de bankrekening kunnen niet in de procedure tegen de Belastingdienst/Toeslagen worden aangevoerd om het voordeel uit sparen en beleggen te betwisten; daarvoor dient appellant zich tot de inspecteur te wenden.
Ook het bezwaar dat de Belastingdienst/Toeslagen het bezwaarschrift had moeten doorzenden aan de inspecteur wordt verworpen. De rechtbank heeft de zaak terecht beoordeeld en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen recht heeft op huurtoeslag 2016 wegens voordeel uit sparen en beleggen.