ECLI:NL:RVS:2023:1730
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing zorg- en huurtoeslag ondanks schadevergoeding na gasexplosie
Appellant ontving een schadevergoeding van €320.000 vanwege ernstig letsel door een gasexplosie in 2001. De Belastingdienst stelde haar zorg- en huurtoeslag over 2015 en 2016 definitief op nihil vanwege haar vermogen, dat ook de schadevergoeding omvatte.
De rechtbank verklaarde het beroep over 2015 niet-ontvankelijk omdat de brief van 15 november 2019 geen besluit was, en wees het beroep over 2016 af. Appellant voerde hoger beroep aan met het argument dat de nihilstelling op veronderstellingen was gebaseerd en dat zij als slachtoffer van een ramp een uitzonderingspositie zou moeten krijgen.
De Raad van State oordeelde dat de brief geen besluit is en dat de Belastingdienst terecht uitging van de aanslag inkomstenbelasting over 2016. De schadevergoeding werd deels als smartengeld buiten beschouwing gelaten, maar het resterende vermogen bleef te hoog voor toeslagverlening. De uitzonderingspositie voor rampenslachtoffers is niet van toepassing.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Belastingdienst hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de zorg- en huurtoeslag blijven nihil vastgesteld wegens te hoog vermogen.