Uitspraak
Datum uitspraak: 29 mei 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Appellant verzocht de minister om verstrekking van documenten over interne publicaties van een auteur voor de AIVD. De minister weigerde aanvankelijk op grond van geheimhouding en bescherming van persoonsgegevens. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit en beval een nieuw besluit.
In het nieuwe besluit verstrekte de minister een aantal documenten gedeeltelijk, maar weigerde verslagen van interviews met oud-medewerkers vanwege toegezegde vertrouwelijkheid en mogelijke benadeling van de AIVD. Appellant voerde onder meer aan dat de motivering onzorgvuldig was en dat openbaarmaking geen actuele werkwijze zou schaden.
De Afdeling oordeelde dat de minister terecht de verslagen weigerde vanwege de vertrouwelijkheid en het belang van de AIVD. Ook was het besluit zorgvuldig gemotiveerd, en de minister hoefde niet per passage te motiveren. Wel werd geoordeeld dat over twee documenten niet was beslist, zodat het besluit gedeeltelijk werd vernietigd en de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de minister is gedeeltelijk vernietigd en de minister is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.