ECLI:NL:RVS:2018:3045
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob- en Wiv-verzoeken
Appellant had meerdere informatieverzoeken ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv), gericht op het verkrijgen van documenten van de AIVD en MIVD. De rechtbank had deze beroepen niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht, omdat appellant de bevoegdheid gebruikte om een digitaal schaduwarchief aan te leggen en zo mogelijk vernietiging van documenten te voorkomen.
Appellant voerde aan dat zijn verzoeken waren bedoeld voor onderzoek en publicaties ter maatschappelijke controle en niet om vernietiging te voorkomen. Hij stelde dat sommige verzoeken waren gedaan voordat sprake was van mogelijke vernietiging. De ministers voerden verweer dat appellant met de verzoeken een omvangrijk archief probeert te verkrijgen en publicaties plaatst op zijn website.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn doel anders is dan het aanleggen van een schaduwarchief. De omvang en aard van de verzoeken en de verstrekte informatie staan niet in verhouding tot de enkele publicaties die appellant aanvoert. Het inzagerecht is niet bedoeld om informatie voor derden toegankelijk te maken. Het hoger beroep is daarom ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen wordt bevestigd wegens misbruik van recht.