ECLI:NL:RVS:2019:1747
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen niet-recreatief gebruik recreatiewoning met vernietiging invorderingsbesluit dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas legde [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom op om het niet-recreatieve gebruik van hun recreatiewoning te beëindigen, omdat zij zonder omgevingsvergunning permanent woonden. De rechtbank verklaarde het beroep van de appellanten tegen dit handhavingsbesluit ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden, aangezien de permanente bewoning na 1 januari 1994 is gestart en niet onder overgangsrecht valt. De belangenafweging door het college en de rechtbank was redelijk, mede gelet op het algemeen belang van het behoud van de recreatieve functie van het park en de geldende wet- en regelgeving.
Ten aanzien van het invorderingsbesluit van de dwangsom stelde de Afdeling vast dat het college onvoldoende bewijs had geleverd dat de appellanten niet aan de last hadden voldaan. De enkele aanwezigheid van een van de appellanten in de recreatiewoning en de inschrijving in de Basisregistratie Personen konden het vermoeden van permanente bewoning weerleggen. Hierdoor werd het beroep tegen het invorderingsbesluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De appellanten mogen de recreatiewoning nog steeds alleen recreatief gebruiken; niet-recreatief gebruik blijft verboden onder dreiging van dwangsommen. De Afdeling bevestigde het handhavingsbesluit maar vernietigde het invorderingsbesluit.
Uitkomst: Handhavingsbesluit bevestigd, invorderingsbesluit dwangsom vernietigd wegens onvoldoende bewijs van overtreding.