ECLI:NL:RVS:2019:1767
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor extra uren beroepsprocedure
Op 13 november 2017 wees de raad een aanvraag van appellant A af om een toevoeging voor rechtsbijstand voor een beroepsprocedure tegen de afwijzing van extra uren rechtsbijstand. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A ongegrond en dat van zijn advocaat Gulickx gegrond, maar verklaarde het bezwaar van Gulickx niet-ontvankelijk. Beide partijen stelden hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de aanvraag terecht als niet complex werd beoordeeld, omdat appellant A onvoldoende aannemelijk maakte dat bijzondere feitelijke of juridische ingewikkeldheid aanwezig was. De raad heeft beoordelingsruimte bij de vraag of bijstand door een advocaat noodzakelijk is. Het betoog dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel faalt, evenals het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat de aangevoerde vergelijkbare gevallen niet vergelijkbaar zijn.
Ook het hoger beroep van Gulickx werd ongegrond verklaard, omdat hij geen zelfstandig belang heeft bij de toevoeging. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging rechtsbijstand wordt bevestigd.