ECLI:NL:RVS:2019:177
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende ernstig letsel
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG). Appellante had letsel aan haar rechteroog, hoofd, schouder en borst opgelopen door een mishandeling. De CSG wees de aanvraag af omdat het letsel niet als ernstig werd aangemerkt volgens de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg).
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende objectieve medische informatie was om te concluderen dat sprake was van ernstig letsel. Appellante stelde dat zij medische stukken van haar huisarts had overgelegd waaruit kneuzing en bloeduitstorting rond het oog bleek, en dat zij een bril nodig had sinds de mishandeling. De CSG stelde dat deze informatie onvoldoende was omdat geen specialist was geraadpleegd.
De Raad van State bevestigde dat de medische informatie van de huisarts niet volstond om vast te stellen of er sprake was van tijdelijke of blijvende uitval van gezichtsvermogen zoals vereist in de beleidsregels van de CSG. Ook het beroep op een eerdere uitspraak over ernstig letsel faalde omdat de omstandigheden en het letsel in die zaak anders waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering wegens onvoldoende ernstig letsel bevestigd.