ECLI:NL:RVS:2014:4575
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen
Appellant diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven na een schietincident waarbij hij ernstig letsel opliep. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af wegens gebrek aan voldoende objectieve aanwijzingen dat sprake was van een opzettelijk geweldsmisdrijf.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit van de CSG. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het enkele feit dat appellant door een kogel werd getroffen en ernstig letsel opliep een voldoende objectieve aanwijzing is dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
De Afdeling stelde vast dat de CSG ten onrechte het bezwaar van appellant onvoldoende had gemotiveerd en dat de rechtbank dit niet had onderkend. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het besluit van de CSG vernietigd. De CSG werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling en werd de CSG veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt vernietigd en de Commissie wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.