ECLI:NL:RVS:2019:179
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor airco-unit tegen gevel in Dordrecht
Appellante vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een stalen constructie met een airco-unit tegen de westelijke gevel van een pand te Dordrecht. Het college weigerde deze vergunning op 22 december 2015, maar trok het besluit later in vanwege een procedurefout. Na een bezwaarprocedure en uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellante stelde dat de airco-unit niet in strijd was met het bestemmingsplan omdat het pand en het terras als één geheel moesten worden beschouwd, en dat de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing was. De Raad van State oordeelde echter dat de airco-unit een voorziening is ten behoeve van het pand en niet van het terras, en dat deze niet binnen de afwijkingsbevoegdheid van het bestemmingsplan valt.
Daarmee is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing en is geen vergunning van rechtswege verleend. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.