ECLI:NL:RVS:2019:1857
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
Op 16 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 mei 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet-uitzetting en opvang gedurende de periode van het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Het vonnis is uitgesproken op 5 juni 2019 door voorzieningenrechter J.Th. Drop, in aanwezigheid van griffier I.W.M.J. Bossmann.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.