ECLI:NL:RVS:2019:1867
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens ontbreken opzettelijk geweldsmisdrijf
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant die een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft aangevraagd na een incident tijdens de NN City-Pier-City Loop waarbij zij ten val kwam door een botsing met een hardloper. De aanvraag werd door de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) afgewezen omdat er geen sprake was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat onvoldoende objectieve aanwijzingen bestonden voor opzet of voorwaardelijk opzet van de hardloper.
In hoger beroep betoogde appellant dat de hardloper zijn snelheid had moeten aanpassen en dat sprake was van voorwaardelijk opzet, mede gebaseerd op jurisprudentie omtrent de eierschedelregel en een vergelijkbare casus (sliding tackle-arrest). Tevens werd gesteld dat het verlaten van de plaats van het ongeval een geweldsmisdrijf oplevert. De Raad van State oordeelde echter dat de ernst van het letsel niet automatisch recht geeft op uitkering en dat de appellant niet met voldoende objectieve aanwijzingen aannemelijk heeft gemaakt dat er opzet was.
De Raad van State verwierp de analogieën met andere arresten en stelde dat de situatie niet vergelijkbaar is met gevallen waarin bewust risico's werden aanvaard. Ook het argument over het verlaten van de plaats van het ongeval leidde niet tot een andere conclusie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven bevestigd.