ECLI:NL:RVS:2019:1868
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over proceskostenvergoeding bij buitenbehandelingstelling aanvraag Schadefonds Geweldsmisdrijven
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over een proceskostenvergoeding in een bestuursrechtelijke procedure. De appellant had een aanvraag ingediend bij de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG), die haar eerste aanvraag buiten behandeling stelde wegens het niet tijdig ontvangen van een ingevuld aanvraagformulier. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit van de CSG en handhaafde de rechtsgevolgen, maar kende een proceskostenvergoeding toe met een lage wegingsfactor van 0,25.
In hoger beroep betoogde de appellant dat de rechtbank ten onrechte een lage wegingsfactor had toegepast en dat de procedure gemiddeld van aard was, wat een hogere vergoeding rechtvaardigt. Tevens stelde zij dat de CSG en rechtbank beleidsregels hadden moeten opstellen voor het hanteren van een lagere wegingsfactor.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het belang van de appellant gering was, omdat de CSG de latere aanvraag met een ingevuld formulier wel in behandeling had genomen. De rechtbank had daarom terecht een lage wegingsfactor toegepast, omdat de werkzaamheden voor het bestrijden van het besluit beperkt waren. Het betoog van de appellant faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder toekenning van proceskostenvergoeding.