ECLI:NL:RVS:2023:829
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen spoedeisende bestuursdwang in Gouda
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda had op 13 juni 2022 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Gouda 2011 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. De kosten van €90 werden aan appellant opgelegd. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar gegrond, trok het besluit in en kende een proceskostenvergoeding van €135,25 toe. Appellant stelde dat de toegepaste wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) onjuist was en dat de factor gemiddeld (1) toegepast had moeten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bezwaarprocedure in beginsel tot de categorie gemiddeld behoort en dat het college ten onrechte de zeer lichte wegingsfactor had toegepast. De Afdeling vernietigde het besluit over de proceskostenvergoeding en stelde zelf het bedrag vast op €597,00. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor beroepsmatige rechtsbijstand en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een correcte toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht bij het bepalen van proceskostenvergoedingen, waarbij het gewicht van de zaak en de aard van de bezwaarprocedure bepalend zijn voor de wegingsfactor.
Uitkomst: De proceskostenvergoeding wordt verhoogd naar €597,00 en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.