ECLI:NL:RVS:2019:1902
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Dit verzoek werd op 30 augustus 2018 door de staatssecretaris afgewezen. Het bezwaar van de vreemdeling werd eveneens ongegrond verklaard op 29 november 2018. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 23 april 2019 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening toewijsbaar is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457). De vreemdeling wordt daarom beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter mr. J.J. van Eck in aanwezigheid van griffier mr. W.M. Vos op 11 juni 2019. Hiermee is de vreemdeling voorlopig beschermd tegen uitzetting gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.