ECLI:NL:RVS:2019:196
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding voor onrechtmatig opgelegd gebiedsverbod ondanks betwiste hoogte
Bij besluit van 27 april 2011 legde de burgemeester aan appellant een gebiedsverbod op in het horecaconcentratiegebied Tilburg, dat later onrechtmatig werd verklaard door de Afdeling bestuursrechtspraak. Appellant vorderde een schadevergoeding van €6.200 plus rente wegens shockschade, aantasting van zijn integriteit en bewegingsvrijheidsbeperking.
De burgemeester kende aanvankelijk een vergoeding van €1.000 toe voor hinder en overlast, en later €1.200 voor buitengerechtelijke kosten, maar wees overige schadeclaims af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het recht op schadevergoeding voor immateriële schade aansluit bij het civiele schadevergoedingsrecht en niet bij de strafrechtelijke regeling van artikel 89 WvSv Pro. De Afdeling bevestigde dat appellant beperkt was in zijn bewegingsvrijheid en daardoor schade leed, maar dat de toegekende vergoeding van €1.000 billijk is gezien de beperkte duur en omvang van het gebiedsverbod.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van €1.000 voor hinder en overlast wordt bevestigd.