ECLI:NL:RVS:2019:1975
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdelingen hebben bij besluiten van 9 mei 2019 een niet-ontvankelijkverklaring ontvangen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft bij uitspraak van 5 juni 2019 de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten ongegrond verklaard. Hiertegen hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek getoetst aan eerdere jurisprudentie, waaronder de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457).
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het verzoek toewijsbaar is en heeft bepaald dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.