ECLI:NL:RVS:2019:1976
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 13 april 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 30 april 2019 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek tot voorlopige voorziening beoordeeld. Gezien de omstandigheden en eerdere jurisprudentie, waaronder een uitspraak van 20 februari 2019, achtte de voorzieningenrechter toewijzing van het verzoek passend. De vreemdeling mag daarom niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast is de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 25 juni 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.