ECLI:NL:RVS:2019:2040
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en proceskostenvergoeding
Bij besluit van 8 februari 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het tegen deze bewaring ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De enige grief betrof de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat de klacht terecht was voorgedragen, maar dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidde omdat de rechter de uitspraak wel degelijk had ondertekend en de tekst identiek was aan die in het digitale dossier.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, tot een bedrag van €512,00.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.