ECLI:NL:RVS:2019:1400
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling digitale ondertekening van uitspraken in vreemdelingenbewaring
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die zijn beroep tegen vreemdelingenbewaring ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde dat de digitale ondertekening van de uitspraak niet voldeed aan wettelijke eisen, met name op het gebied van tweefactorauthenticatie.
De Afdeling onderzocht de authenticatiemethoden bij digitale ondertekening door de rechtbank en concludeerde dat bij gebruik van de mobiele en vaste werkplek van de rechtspraak niet wordt voldaan aan het vereiste van tweefactorauthenticatie. De rechter en griffier hadden de uitspraak ondertekend zonder middel dat tweefactorauthenticatie garandeert, wat de betrouwbaarheid van de ondertekening aantast.
Desondanks oordeelde de Afdeling dat de schriftelijke verklaringen van de ondertekenaars voldoende zekerheid bieden dat de ondertekening authentiek is en dat de tekst van de uitspraak niet is gewijzigd. Daarom leidt de klacht niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van de vreemdeling, waaronder kosten van een deskundige die betrokken was bij het hoger beroep. De uitspraak bevat tevens een nadere uitleg over de eisen van digitale ondertekening en de gevolgen voor toekomstige zaken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd ondanks tekortkomingen in tweefactorauthenticatie bij digitale ondertekening.